DINSZIN -001

Het vuur begon langzaam te branden in de open haard, terwijl een grote ,ronde maan zijn warme nog rode licht liet schijnen door de , nog niet ,gesloten vensters ,zich vermengend met de vlammen van het open vuur.
Moe van het sjouwen met de houtblokken, zette ze zich neer in de gemakkelijke fauteuille ,die ze speciaal voor zichzelf  had gekocht.
Haar ogen gesloten en haar vermoeide lichaam achterover gebogen ,mijmert ze over het bestaan van de wereld waarin ze tot nu toe heeft geleefd.
De warmte van de haard en de maan ,die inmiddels geel van kleur zijn stralen kwistig over haar heen strooide.
Wie ben ik en waarom ben ik hier vroeg ze zich ,voor de zoveelste keer in haar leven ,af.
Ben ik hier om het leven te overleven en door te geven?
Voor wie en waarom?
Onbewust knipperde ze even met haar ogen en een manestraal drong binnen en voerde haar mee.
Ze was enorm verbaasd dat ze in het geheel niet bang was ,zo alleen in diepe duisternis, zich vasthoudend aan de manestralen die
haar meevoerden.
Ze hoorde  het ruisen van vleugels, of was het de wind die zacht langs haar gleed?
Scherper luisterend naar de geluiden om haar heen hoorde ze vele zacht gefluisterde stemmen maar zag niemand.
Altijd had ze gedacht dat er boven de aarde doodse stilte zou heersen, maar behalve millioenen stille sterren waren er miljarden
onzichtbare stemmen ,die fluisterzacht voorbij dansten of zweefden en haar welkom heetten, maar nee nog niet.
Wanneer de tijd daar is zullen we er zijn om je op vleugels ,manen- of zonnestralen of misschien gedragen door de wind
te brengen naar het paradijs en alle vragen beantwoorden die nu een raadsel voor je zijn.
Langzaam opende ze haar ogen en zag ze het goed, een vette knipoog van de maan.

 

 


Posted in Weblog by with no comments yet.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *