De doodshoofdvlinder vertelt

Prachtig was ie, zoals hij daar met gespreide vleugels tegen de boomschors zat. Naderbij gekomen ontdekte ze op zijn rug een afgebeeld doodshoofd, vandaar zijn naam doodshoofdvlinder.
Ze vroeg aan de vlinder hoe hij aan het teken was gekomen. Daarop vertelde hij zijn versie.

Lang geleden speelde hij, samen met een ander dagpauwoogje in de buurt van een oude ruïne.
Er groeiden vele wilde planten en bloemen. Allerlei insecten zaten verscholen onder het gebladerte.
Ze dartelden samen vrolijk rond tot hun spel werd verstoord door een, in zijn ogen, prachtig glanzende zwarte boktor.
Waarschijnlijk was ze uit het ooit gebruikte vervallen knekelhuisje gekomen, grenzend aan een oud verzakt kleine begraafplaats, nu overwoekerd dor het onkruid. De dagpauwoog kon zijn ogen niet van de zwarte schoonheid afhouden en zijn vriendinnetje dartelde niet meer vrolijk om hem heen , te zien aan de teneergeslagen vleugelslag.
Hij werd in een klap totaal verliefd op de boktor. Tja liefde is totaal blind. Hij maakte met een vurige blik in zijn ogen een afspraak en vertelde de omslag van zijn gevoelens aan zijn dagpauwoogje.

Hij belandde in een liefdesroes die zelfs de stoutste roman overtrof’. Beleefde de wildste avonturen en tijden hun liefdesspel zaten ze uren onder het gebladerte.
Helaas zo snel als de liefde was gekomen zo snel was het voorbij. De boktorvrouw verdween verdween terug in het vermolmde hout , om er haar eieren te leggen en te verzorgen.
Hij ging weer op zoek naar zijn dagpauwoogje, verwachtend dat ze dolblij zou zijn met de voorbije affaire. Daar leek het ook op. Ze zat weer op het dieprood gekleurde blad van de esdoorn, daar viel ze niet op.

Ze deed hem een aanbod waardoor hij dacht onweerstaanbaar te zijn.
Samen met hem onderduiken in het gebladerte van de sierstruik, waar ze op hem had gewacht.
Geen enkel woord over de , in zijn ogen ,zo mooie boktorvrouw. Doch haar jaloezie kende geen grenzen, daar kwam hij nog achter.
Ze voelde zich vernederd, gedumpt en nu hij die losse flodder kwijt was kwijlde hij weer naar haar.
Zogenaamd verliefd kronkelde ze lokkend en lonkend om hem heen in het gebladerte en tijdens de paring tekende ze met haar voelsprieten een doodshoofd op zijn rug. Het kaïnsteken zorgde dat nooit geen dagpauwoog nog toenadering zocht tot een boktorvrouw.
Na haar het verhaal te hebben verteld vloog hij weg gevolgd door een iets kleine dagpauwoogje.


Posted in Weblog by with 12 comments.

Comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *