Dinszin -015

Met bloed zweet en tranen nam ik de hindernis en sprong over de balustrade van het voor mij liggende gebouw.

Nee mamma nee , ik wil nog niet slapen.
Opziend naar de open deur van het balkon zie ik een vrouw met in de ene hand een beentje van een klein kind en in de andere,
naar achteren gehouden hand een blinkend hakmes.
De vrouw staat met de rug naar me toe en in een flits neem ik vanalles waar.
Een bontgebloemde japon die spant over dikke dijen en ver boven de knieën.
Terwijl de vrouw haar gezicht naar me toewendt ,zie ik bruin geverfd slordig om haar gezicht slingerend haar.
Ze draagt een bril met donker montuur ,erachter grote boze felle ogen.

Er heerst doodse stilte op het plein, tijdelijk omgebouwd tot een straatbarbeque,
Het kind blijft gillen en de woedende vrouw die nu recht tegenover me staat en naar mijn gevoel elk moment de inmenging
zal bestraffen met het werpen van het mes vraagt waar ik het lef vandaan haal om me met haar zaken te bemoeien.

In de verte klinkt het ,nog zwakke, geluid van de politiewagen ,dus iemand heeft 1 1 2 gebeld om hulp.
Ik vraag  haar het mes neer te leggen en het kind aan mij te geven.
Waaaaaaaaaaaat mijn kind??????? Natuurlijk krijg je mijn kind niet .
Leg dan het mes neer, vraag ik
Ze begint onbedaarlijk te lachen .
Oh dat mes ,daarmee was ik spekjes aan het hakken voor de andijvie-stampot morgen.
Vannacht hoop ik droomloos te slapen.


Posted in DINSZIN by with no comments yet.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *