Heb ík weer

Verdrietig keer ik huiswaarts, na een laatste zwaai naar het echtpaar dat me nakijkt. Na het korte telefoongesprekje dacht ik al wel dat er iets niet goed zat.
Goeie morgen Ria zou je vandaag nog even naar ons willen komen , we vertellen je hier wel waarom. Vanmiddag als het goed is vraag ik. Ja dat is goed, tot dan.

Als ik aanbel vraag ik niet Bea is de koffie klaar wanneer de deur open gaat. Herman zit aan tafel ,onrustig schuiven zijn handen over het kleed, Delftsblauw met leuke figuurtjes.
Nadat de koffie is ingeschonken leggen zijn blauwgeaderde handen zich over de mijne en strelen zacht bijna liefkozend de mijne, zijn nu bijna blinde ogen glijden over mijn gelaat , wanneer hij fluistert, de laatste fase begint. Ik wilde jou zo graag nog een keertje zien, misschien voor het laatst, onze dochter komt ons halen en neemt ons mee naar Hillegom, daar kan ze beter voor ons zorgen, er voor ons zijn.

Inmiddels komt Bea naar me toe, slaat een arm om me heen en zegt: “Ria we hebben alkaar nu 4 keer bij ons mogen hebben en genoten van de gesprekjes met ons drietjes. We hebben samen gelachen en wie weet als het ons daar niet bevalt komen we weer terug naar hier “. Haar stem trilt en de druk van Hermans handen op de mijne wordt vaster. Het telefoonnummer van hun dochter wordt op een briefje geschreven en we beloven elkaar regelmatig te zullen bellen.

Moeizaam strompelt Herman, achter de rollator aan, naar de deur , na nog een laatste kopje koffie met de onvermijdelijke koekjes. Innig omarm ik  ze beiden, wens ze het allerbeste toe onderwijl doe ik verwoede pogingen mijn tranen terug te dringen. Een waterige glimlach blijf achter.


Posted in Weblog by with 16 comments.