WE 300 – manipuleren

Het halleluja is gezongen.

Zacht neuriënd danst het tengere figuurtje, in het gouden licht van de  late middagzon voor zich uit.
Het lijkt of ze zich totaal niet bewust is van haar omgeving.
De armen zijwaarts gestrekt met op en neer gaande bewegingen van de handen als het klapwieken van een, op het punt staande, opvliegen van een vogel.
Ze draait pirouetjes, hoofdje schuin, handjes in de lucht.
Het lijfje draait en zwiert met snelle, dan weer langzame  bewegingen.
De voetjes bewegen in hetzelfde vlugge tempo als de handjes mee.
Haar ogen volgen het toverstafje, wat ze losjes in haar ene handje vasthoudt, door het zonlicht gevangen in schitterende kleuren.

Ze hurkt neer achter een omgezaagde boom, uit het zicht zodat ze kan overdenken wat haar dwars zit.
De woorden dreunen weer in haar oren ” mens gedenk dat gij van stof zijt en tot stof zult wederkeren”.
Wiebelend met haar voeten door het zand vraagt ze zich af welke stof zij zal worden, is het de stof van het nieuwe jurkje voor Pasen wat gemaakt gaat worden door Dina, de naaister ?
Vanmorgen nog vroeg ze het haar en werd ze uitgelachen voor dom kind.
Daarna vroeg ze het haar moeder, die lachte maarwat en zei dat ze daar niet over hoefde te piekeren en maar fijn moest gaan spelen.
Intusssen had ze haar wel meegenomen naar de kerk om het askruisje te halen, nu 4 weken lang vasten,  ook 4 weken geen snoep, moeders zelfgemaakte cake of koekjes.
Als ze toch stiekem zou snoepen, dus ook niet bij grootje, dan worden de vergeven zonden weer teruggedraaid.
Daar snapt ze helemaal geen jota van.
Het raffinement zit echter in de staart, stop elk snoepje wat je krijgt in een wekfles  tot pasen, dan mag het weer.
Ze pakt het toverstokje, blaast, stof dwarrelt in duizend kleuren.

 


Posted in Weblog by with 37 comments.