WE 300 – Kerstpiekeren

Peinzend voor zich uitstarend vergelijkt ze de donkere dagen
vóór de kerst van nog niet eens zo lang geleden met die van nu.
Ze wikt, weegt en overweegt hoe de kerstdagen nu zullen
worden ingevuld.

Vroeger bij haar ouders was het de gewoonte om iemand, die
alleen, zonder de gezelligheid van familie ,vrienden of
kennissen, zou moeten doorkomen, als gast aan tafel uit te
nodigen.

Die traditie zette ze voort nadat ze zelf getrouwd was . Samen
met haar man, ging ze vóór het eten , wat al dagen van te voren,
met zorg was bereid en alleen nog á la minute eten, rauwkost
en dan was het af, een eindje wandelen.

Tijdens zo’n wandeling maakten ze dan een praatje met iemand,
die ze tijdens het uitlaten van hun hond, al weleens hadden
ontmoet of via een tip van een vriend ,maar altijd vonden ze wel
iemand.Dat er een zeker risico aan verbonden was och daar
werd niet eens zo bij stil gestaan. Wie goed doet, goed ontmoet.

Tot de dag dat het tegendeel van het spreekwoord gebeurde.
Het was een eerste en laatste ontmoeting met een Gottik.
Of ze van God getikt was ,dat laat zich raden, maar toen ze
die vrouw zo eenzaam op de bank zag zitten maakte ze een
praatje en dacht de eenzaamheid te proeven.

In het zwart gekleed met een groot kruis om haar hals.
Oh ja ze ging graag mee en liep over van dankbaarheid.
Ze was er van overtuigd dat de voorzienigheid haar had
gezonden enz…enz..

Na een gezellige avond ging ze naar het toilet en  verdween
door de voordeur en nam van de kapstok, behalve haar eigen
zwartleren jasje, de winterjas van de gastvrouw, waarin de
huissleutel, alsmede de bijbehorende warme shawl, ook mee.

De volgende morgen lag de huissleutel in de brievenbus.


Posted in Weblog by with 23 comments.