WE 300 – Indrukken

Het zonnetje schijnt zo heerlijk schoon,
het vogeltje zingt op held’re toon
het windje waait zo zachtjes
het zingt met ons mee
in de weide dartelt het jolige vee
lustig klinkt ons liedje
wie zingt er met ons mee.

Wat een herinneringen maakt het los. Driestemmig gezongen ,
vaak in de wintermaanden met z’n allen om de potkachel.
Moeder die vals zong ,hoewel niemand er wat van zei, maar
broerlief floot ergens buiten zicht :Moeder onze kraai is dood.

De samenhorigheid van die momenten zitten als één van de
waardevolle  jeugdsentimenten in mijn geheugen geprent.

Tijdens het nazien van de mailbox gisterenavond , na dagen
niet meer online te zijn geweest, ontdekte ik   5967 van Plato.
Het stukje hield me in z’n greep en wel zodanig dat ik vroeg
in de morgen wakker werd en ondanks de pijn , die me nog niet
helemaal verlaten heeft, in gedachten , bovenstaand liedje lag
te neuriën. Later , beneden aan het ontbijt , vertel ik mijn man
over het stukje en het advies te zingen om eens even de zonzijde
van het leven te kunnen zien.  In plaats van het lied te neuriën
zong ik het en ineens riep hij : ja dat lied ken ik ook en lachte 
om de herinneringen die hij er aan had.

Wanneer ik om 10.00 uur de honden ga uitlaten ontmoet ik
enkele bekenden die meteen vragen waarom ik zo vrolijk kijk
en juist met deze kou ? ook nog wat moeilijk lopend.
Dan ver tel ik hun dat ik al neurie vanaf het moment dat ik
wakker ben en ja hoor niet te geloven. We staan met z’n drieën,
twee vrouwen en één man zacht het lied te zingen, waarna we
vrolijk kwebbelend verder lopen.

Grinnekend kom ik weer thuis waar ik probeer zo vrolijk
mogelijk de taken op me te nemen en het voornemen zo snel
mogelijk te gaan schrijven.

Met dank aan Plato die ons een duwtje naar de zon gaf.

 


Posted in Weblog by with 22 comments.