WE 300—Lezen

Hoe het woord geschreven werd wist ze nog niet toen ze van de kleuterschool op de eerste klas van de lagere school, nu het basis onderwijs , terecht kwam.
Het aap-noot-mies-bordje lag op de schoolbank .Het woord wat ze leerde moest eerst ontelbare keren , tussen dubbele lijnen in een schrift geschreven worden. Dat vergde véél  inspanning en de juf voor de klas zag héél wat puntjes van tongetjes tussen de lipjes uitkomen. De woordjes werden zinnen .
Zo werd het hele alphabeth geleerd en tijdens de les moest om de beurt ’n kind opstaan en volle zinnen voor de hele klas opdreunen.
Korte verhaaltjes volgden met bijbehoorende getekende afbeeldingen, zoals bij : och toch, och toch Hans heeft kiespijn, het hoofdje van Hans stond afgebeeld met een witte doek om zijn kin naar boven op zijn hoofd waar het was vastgebonden met een strik.
Oh de sprookjesboeken ,wat een plezier om  weg te dromen in een wereld van klatergoud.

Naarmate de jaren vorderden ,verlegden zich haar belangstelling voor spookjesboeken naar romannetjes, poëzie en gedichten.
Ze schreven bij elkaar in poëzie-albums , ze denkt bijna zeker te weten dat er, bij menige vrouw , nu nog een in de boekenkast of in de buurt van het bureau ligt. Haar belangstelling voor boeken was niet te stuiten en ze kwam er ook wel aan , lenen bij de buurmeisjes ,haar eigen zusjes en nichtje, of kreeg ze cadeau met verjaardagen of sinterklaas.
In bed mocht er niet gelezen worden s’avonds, maar een deken onder tegen de deur hield het lamplicht tegen en menig boek werd verslonden in bed.

Nu is ze op leeftijd , sinds de gebroken vingers in het bezit van een E-Reader waar talloze boeken op staan die nog gelezen moeten worden.
Daarnaast verblijft ze met veel plezier op haar weblog bij het volgen van haar medebloggers .


Posted in WE 300 by with no comments yet.